19 april 2021

Waardering van materialen in een materialeninventarisatie

GBN werkt aan het uitbannen van Earth Overshoot Day. In de vorige nieuwsbrief schreven we over de verschillende marktplaatsen die een plek hebben in het vinden van een herbestemming van producten en materialen die vrijkomen uit bijvoorbeeld een sloopproject.

Vanuit GBN en onze circulaire ambities is het doel om de materialen en producten in te zetten op een plek met een zo hoog mogelijke waarde. Daarvoor is het belangrijk natuurlijk om een groot netwerk te hebben van afzetpartners én om te weten hoe deze partners hun informatie willen ontvangen over betreffende producten en materialen om snel een deal te kunnen maken en impact te hebben.

In dat kader hebben we onderzoek gedaan naar verschillende materialenscans of -inventarisaties. Een materiaalscan wordt meestal uitgevoerd voordat er een aanbesteding wordt gedaan om de hergebruikspotentie van een gebouw te bepalen en daar vervolgens de juiste uitvraag mee te kunnen doen.

We ontdekten dat er grote verschillen zijn scans. Deze grote verschillen komen voort uit de inzet van de bedrijven die de scans aanbieden. Bij een groot onderzoeksbureau herkenden we een hoog detailniveau in de uitwerking. Evident dat er veel kennis was van de samenstelling van producten en materialen. Er was in detail uitgewerkt op welke wijze de producten en materialen gedemonteerd konden worden; of er schadelijke stoffen waren aangetroffen, welke gezondheidsrisico’s of milieutechnische risico’s er verder nog waren. Ook was er een indicatie gegeven van de mogelijkheden tot de inzetbaarheid van de producten en materialen op de R-ladder. Daar misten we wel weer de specifieke oplossingsmogelijkheid of afzetkanaal.

Ook hebben we een inventarisatie bekeken die van een sloopbedrijf af kwam. De focus van dit rapport lag op de berekening van de kosten voor de sloop en demontage van het betreffende object. Naar onze mening kwam echter het verschil en de positieve impact van circulair slopen (gericht op hoogwaardige herbestemming van materialen en producten) versus traditioneel slopen (focus op snelheid en kosten) slechts beperkt tot uiting in het rapport.

Daarnaast hebben we nog twee rapporten ingezien die functioneerden als voorbereiding op plaatsing op een materialenmarktplaats. Deze rapporten richten zich specifiek op de individuele materialen en wanneer deze beschikbaar zouden zijn voor nieuwe projecten, “marktplaatsklaar” als het ware. In deze rapporten werd maar beperkt ingegaan op de sloopaspecten van het project.

Op basis van deze verkenning en haar ervaringen heeft GBN Advies een eigen materialeninventarisatie gemaakt voor een project in Utrecht. Daarbij hebben we getracht de verschillende kwaliteiten van de verschillende rapporten die we hebben onderzocht, te combineren. We geven een beschrijving van aandachtspunten in het kader van het circulair slopen proces. Vervolgens kijken we naar de verschillende materiaal of product specifieke eigenschappen, zoals demontabiliteit en kansen tot herbestemming. Waarbij we ook beschrijven welke kansen dit betreft en welke financiële mogelijkheden dit biedt. In het betreffende project zocht de opdrachtgever ook naar de verschillende aanbestedingsscenario’s. Ook die hebben we in het rapport uiteengezet. Het rapport hebben we zo geschreven dat het voldoende inzicht en handvatten biedt, zonder dat het in te veel details verzand. Het rapport moet voornamelijk handelingsperspectief bieden. Wat zijn de kansen tot circulair inzetten van producten en materialen? En hoe gaan we deze verzilveren?

Geïnteresseerd in onze materialenscan? Neem dan contact op met Harry Hofman of Martijn in ’t Veld, via het mailadres: advies@gbn.nl